Ha! Dan had hij in ‘62-‘63 in Tanganyika moeten zijn, het alleraardigst Afrikaner landje dat niet langer dan een dreumestijd heeft mogen bestaan. Daar lachte iedereen zich gedurende zes maanden het schompes. Zo lang en heftig dat er vaak ernstige lichamelijke kwalen bij kwamen kijken. En toch verging het lachen ze bij lange na niet. Warwick Ellis Buxton, een man van statuur in Bloemfontijn, bracht deze zaak onder mijn aandacht en wist als geen ander dat ik het hard nodig had. Net van de malaria bekomen, beroofd van mijn vliegtickets en kalfslederen agenda van Turijnse makelij, met een oplopende ruzie tussen mijn polygoonsuperieuren over mijn functioneren als correspontent achter de kiezen, had ik het inderdaad HARD nodig, om mensen eens goed te zien lachen. En daar dan verslag van te doen.
Warwick, die aan groot wild jagen deed, wilde mij wel mee nemen op een van zijn excursies, zodat ik onderweg een reportage kon maken en wellicht nog een buffel als trofee mee naar huis kon nemen. De reportage werd letterlijk hilarisch, maar was natuurlijk bijzonder treurig. Daarnaast was mijn bandrecorder beschadigt geraakt en kwam het lachen niet goed over. Een walvissengeluid. De reportage werd geweigerd. Wel hebben we het een en ander te grazen genomen; ik zal eens kijken of ik wellicht een foto ervan kan opdiepen uit mijn archief.

0 Comments:
Een reactie posten
<< Home