
Anselmo, de jongen die mij in 1973 in een vuilcontainer aan de Costa do Castelo vond.
Een alleraardigst kereltje. Het mannetje bezocht mij getrouw elke week na schooltijd, wat mij de tijd gaf mijn portugees te verbeteren. Gekluisterd aan mijn bed, met weinig omhanden, vroeg ik de jongen om zijn schoolboeken voor me mee te nemen.
Hele zaterdagmiddagen vervlogen zo binnen een mum van tijd. De hele week al had ik dan zitten blokken en met spanning op het weekeinde gewacht, zodat de tijd die we doorbrachten zonder reflectie, geheel in het heden voorbijging.
Aangezien deze jongeling mij van een wisse dood gered had, en nu ook nog de moeite nam om een in zijn ogen vermoeide, oude man bij te staan in zijn herstel, was mijn dankbaarheid onmetelijk groot (en dat is zij nog steeds). Ik besloot wat terug te doen en de jongen te onderwijzen in de filosofie. Op een simpele en speelse wijze vlogen we door de grieken heen, de Duitsers, de Fransen, alles gelardeerd met grappige, sappige anectdotes, waar de kleine blonde bijzonder happig op was.
De puurheid van zijn karakter kreeg zo een fundament waarop hij, wanneer hij zijn onschuld onherroepelijk zou verliezen, zijn deugdzaamheid kon ontwikkelen zonder in de donkere moerassen van de verbittering weg te zinken - een lot dat vele ad fundum prachtige adolescenten jammergenoeg is beschoren. Wij hebben nog steeds contact.