maandag, februari 13, 2006

Cor's tondeuse

Hier het elec (k! kaa!) trische scheerapparaat dat we per expressepost hadden laten overkomen uit Zweden. Tot mijn grote schande heb ik het een keer, na een uit de hand gelopen alcoholische avond, in mijn woede weer mee teruggenomen. Daar mijn eerste vrouw Cor niet meer wilde zien (Cor was nogal grofgebekt) duurde het tot na mijn scheiding, drie jaar later, eer ik een kans had het ellendige ding weer terug te geven. Helaas had het apparaat het tegen die tijd begeven, en dorst ik er niets meer over te zeggen. De doos heb ik daarentegen altijd goed bewaard, zodat mijn kleinzoon Wijnand nu een detail heeft kunnen inscannen.

Jozuas wees mij er terecht op dat het niet netjes was om een foto van Cor te plaatsen die genomen werd op het moment dat de kanker al rigoureus had toegeslagen. Nu weet ik dat Cor het niet erg zou vinden aangezien hij geen donder gaf om zijn imago, maar voor zijn naasten is het wellicht wat minder leuk. Daarom nogmaals een foto, maar nu uit zijn piekjaren:




Deze foto werd een dag na zijn trouwen met Trijntje Jonk genomen. Een van de huwelijkscadeaus was een elektrische tondeuze van Bang en Olafsen, toen net nieuw op de markt. Jozuas, Dirk Scheepmakers en ik hebben flink gespaard om het ding te kunnen betalen.

Straks een plaatje.

dinsdag, februari 07, 2006

Correctie

Het heengaan van onze Cor, omstreden als hij was, slaat een gat in onze struisheid. Nu reeds gaat het gezegde op dat men iets pas op waarde leert schatten wanneer men het kwijt is. Dat wisten we overigens al voor Cor zijn dood. Vergeef de seniele emotie die schuilgaat achter de foto’s die Frits plaatst, dat is zijn manier om met het heengaan van vrienden om te gaan – een heel natuurlijke reactie.

Iets heel anders. De Elsevier, een blad dat zelfs voor seniele senioren te min is, heeft het eindelijk eens bij het juiste eind: ‘Oud is in’, zo staat er heel groot op de voorpagina van deze week. Het ideaalbeeld dat de media neerzet zal zich wellicht nu aanpassen aan de realiteit van vergrijzend West Europa en Amerika. Aangezien deze twee vooralsnog de economische centra van de wereld zijn, en ze beide economisch gewin vooropstellen, zou het zo kunnen lopen dat er binnenkort alleen maar haute couture voor bejaarden wordt gemaakt, alleen eten wordt verkocht dat kunstgebit-proof is en alleen muziek gedraaid wordt van meer dan vijftig jaar geleden. Dat zou pas retro zijn.

maandag, februari 06, 2006

kleinkinderen


Mijn kleinkinderen van mijn jongste dochter uit mijn eerste huwelijk, wonend te Rio de Janeiro. Pier, mijn kleinzoon, is net uit militaire dienst. Feestje!!!

zondag, februari 05, 2006


Vannacht om vijf over half drie is Cornelis Hendricus Vink, Cor voor intimi, na een lange, moedige strijd tegen de kanker, heengegaan. Cor was een van mijn dierbaarste vrienden. Mijn gedachten gaan uit naar de familie, voor wie Cor liefhebbend echtgenoot, enthousiast vader, speelse opa en bijna overgrootopa was. Cor, ik zal je missen, je altijd stralende glimlach, je grenzeloze optimisme, je helpende hand, je vieze moppen, je flauwe gebbetjes, je onhebbelijkheden, je chaggerijn, je pokkehumeur, je ruzies met je vrouw en kinderen, onze ruzies per brief. Hou je taai!

Cor zou ook correspondent worden van Oud is Beter. Ik heb zijn eerste en enige bijdrage een week voordat hij weggleed in de duisternis binnen gekregen. Vanwege de inhoud (het moslimfundamentalisme) waar ik het ten zeerste mee oneens ben, heb ik het niet geplaatst. Ik zal dit nu toch plaatsen, als eerbetoon. Ook zal ik een van de brieven plaatsen uit onze omvangrijke querrelantencorrespondentie.

zaterdag, februari 04, 2006

Anselmo

Een recente foto van Anselmo, genomen toen hij bij me op bezoek was in juni 2005 en een maand voordat hij hoorde dat hij een prestigieuze zetel bemachtigd had op de Universiteit van Coimbra, faculteit der letteren. Nu ook een goede vriend van Jozuas.


Anselmo, de jongen die mij in 1973 in een vuilcontainer aan de Costa do Castelo vond.
Een alleraardigst kereltje. Het mannetje bezocht mij getrouw elke week na schooltijd, wat mij de tijd gaf mijn portugees te verbeteren. Gekluisterd aan mijn bed, met weinig omhanden, vroeg ik de jongen om zijn schoolboeken voor me mee te nemen.
Hele zaterdagmiddagen vervlogen zo binnen een mum van tijd. De hele week al had ik dan zitten blokken en met spanning op het weekeinde gewacht, zodat de tijd die we doorbrachten zonder reflectie, geheel in het heden voorbijging.

Aangezien deze jongeling mij van een wisse dood gered had, en nu ook nog de moeite nam om een in zijn ogen vermoeide, oude man bij te staan in zijn herstel, was mijn dankbaarheid onmetelijk groot (en dat is zij nog steeds). Ik besloot wat terug te doen en de jongen te onderwijzen in de filosofie. Op een simpele en speelse wijze vlogen we door de grieken heen, de Duitsers, de Fransen, alles gelardeerd met grappige, sappige anectdotes, waar de kleine blonde bijzonder happig op was.

De puurheid van zijn karakter kreeg zo een fundament waarop hij, wanneer hij zijn onschuld onherroepelijk zou verliezen, zijn deugdzaamheid kon ontwikkelen zonder in de donkere moerassen van de verbittering weg te zinken - een lot dat vele ad fundum prachtige adolescenten jammergenoeg is beschoren. Wij hebben nog steeds contact.

Het portugese heuvelland bewandeld deel V

Eh.... toch schreef Jozuas in het verleden best aardige stukjes. En hoewel ik het niet over mijn hart kan verkrijgen het hele stuk er uit te kieperen, zal ik het wel even in een zin samenvatten, anders verliezen we onze drie lezers: Bevrijding en Bezetting zijn hetzelfde, het verschil wordt gemaakt door de vraag: 'sta je nu voor of achter het geweer?' Los daarvan klopt er natuurlijk weer geen reet van het hele betoog, maar daar ga ik mijn resterende hersencellen niet aan vuil maken. In het geval van Malloth stonden wij natuurlijk aan de wat vervelender kant van het geweer. Malloth schreeuwde ons triomfantelijk toe: "Willkommen in der Wüste der Wirklichkeit!" en schoot zijn karabijn leeg. Ik werd vol in de buik getroffen en terwijl ik langzaam buiten westen ging, de wereld vertragend in mijn val, hoorde ik Jozuas in zijn steenkolenduits roepen: "lassen wir doch reden man!" en Malloth -bijzonder op zijn quivive - antwoordden: "Das ist der Unterschied zwischen uns. Du findest, dass wir uns streiten, und ich finde, dass wir endlich miteinander reden." Daarna werd het zwart. Drie dagen later ontwaakte ik in een hospitaal in Lissabon. Geen spoor van Jozuas. Naast me lag een reutelende oude man met een been ontzet, tegenover me een wat jongere vent gehuld in gipskostuum. In aller ijl inspecteerde ik mijn eigen lichaam om te controleren of alles er nog aan zat en er niets bijgekomen was. Het leek allemaal in orde. Maar Jozuas, wat was er van hem geworden? Ik was hier terecht gekomen, maar dat betekende niet dat Jozuas het overleefd had. Het duurde meer dan een half jaar eer ik iets van hem hoorde. Het enige dat de verpleegsters mij konden vertellen was dat ik was aangetroffen door een kleine jongen, Anselmo Craveiro Lopes in een vuilcontainer in een buitenwijk.

vrijdag, februari 03, 2006

Bezetting of bevrijding?

Als oudere man heb je toch meer tijd om op de bank te verpozen en televisie te kijken. Maar die televisie roept veel vragen bij me op. Niet wat er nu op televisie komt, of wat er vroeger op televisie kwam, maar het verschil ertussen. Hoe men toen tegen de zaken (uit het toenmalige heden, verleden of de toenmalige toekomst) aankeek, verschilt radicaal van hoe men daar nu tegen aankijkt, en dat geldt ook voor mijzelf.

Bezetting
Stel je een ommuurde stad voor vol bewoners. Het stadsbestuur is tevens het regiobestuur; de soldaten die onder de lokale vorst staan, rijden ook in de omliggende landerijen rond. De vorst van een naburige stad, met zijn eigen landerijen, verzamelt zijn eigen leger en rijdt zijn eigen stad uit, over zijn eigen landerijen tot de grens tussen zijn landerijen en die van de andere vorst. Daar treft hij weinig volk aan, ze zitten allemaal achter de stadsmuren. De oogst is voor zover mogelijk half augustus meegenomen naar de stad. De vorst rijdt door naar de stad, en valt deze officieel aan. Na een strijd van enkele weken wint de belegerende vorst; de heerser ten huize capituleert. De lokale vorst geeft zich over en de vreemde vorst is nu vorst van beide stadsstaten.

Bevrijding
Stel je een ommuurde stad voor vol bewoners. Het stadsbestuur is tevens het regiobestuur; de soldaten die onder de lokale vorst staan, rijden ook in de omliggende landerijen rond. De vorst van een naburige stad, met zijn eigen landerijen, verzamelt zijn eigen leger en rijdt zijn eigen stad uit, over zijn eigen landerijen tot de grens tussen zijn landerijen en die van de andere vorst. Daar treft hij weinig volk aan, ze zitten allemaal achter de stadsmuren. De oogst is voor zover mogelijk half augustus meegenomen naar de stad. De vorst rijdt door naar de stad, en valt deze officieel aan. Na een strijd van enkele weken wint de belegerende vorst; de heerser ten huize capituleert. De lokale vorst geeft zich over en de vreemde vorst is nu vorst van beide stadsstaten.


Zie je een verschil? Nee? Dat klopt, het gegeven is namelijk hetzelfde, alleen de titel is verschillend. Of je bij bovenstaand verhaaltje van een bezetting of een bevrijding spreekt, hangt namelijk niet zozeer af van de specifieke situatie, maar eerder van je persoonlijke belangen bij deze situatie. Als je net na de overwinning van de vreemde vorst een invloedrijke positie wilt behouden, zul je spreken van een bevrijding, van een tiran nog wel. Als je door de belastingswijzigingen van de nieuwe vorst berooid raakt zul je het zien als een onwetmatige bezetting. Ben je een vorst van een derde rijk, drie, nee wel zeven dagmarsen verderop, dan bereikt het nieuws je laat en gekleurd door de interpretaties van de informanten en de scharrels onderweg van de boodschapper.

Als zo’n bezetting inmiddels, zeg, 500 jaar geleden was, doet zich nog een probleem voor. De enige overgeleverde bronnen zijn de bronnen die door de dominante machthebbers die er in de tussentijd geleefd hebben als juist bestempeld werden. De vreemde vorst wordt nu eens als bezetter, dan weer als bevrijder neergezet, afhankelijk van de belangen van de opeenvolgende machthebbers. Het is dus maar mazzel hebben met een bron. Ook tegenwoordig prevaleren bepaalde historische interpretaties boven andere. Over de vermeende waardevrijheid daarvan is men het eens – die is een illusie.

Als het duiden van welke vaderlandse geschiedenis dan ook al zo’n probleem vormt, is het dan makkelijker de hedendaagse zaken te duiden, nu ze nog vers in het geheugen liggen? Ik twijfel er ten zeerste aan.

zaterdag, januari 21, 2006

Mogelijk antwoord op ‘‘vannacht droomde ik’’


Volgens Plato, aangehaald door Apuleius van Madauros, zijn de taken van de demonen: ingewanden inkerven, snelvliegers leiden, vogelzang verfijnen, zieners bezielen, bliksems slingeren, wolken smijten, en dromen bedenken. Volgens mij heeft een demon zich de nacht die je beschrijft al te enthousiast van die laatste taak gekweten.

Ik geloof niet in leven na de dood, noch in een sluimerend bewustzijn of een eeuwige lijdensweg in een ongetwijfeld op Almere gelijkende plek als het vagevuur. Zou ik daar echter wel aan geloven, dan stel ik me zo voor dat Napoléon zich behoorlijk in je droom zou herkennen, Frits. Hij stierf in 1821 op het eiland St. Helena, en in 1840 werden zijn resten overgebracht naar Parijs. De vraag of al zijn resten toen zijn overgebracht, blijft volgens Boudewijn Büch vooralsnog onbeantwoord. Napoléons’ lijfarts Francesco Antommarchi verrichte de sectie en schijnt wat stukjes Napoléon mee te hebben genomen, waaronder diens lid (zie afbeelding). Aangenomen dát er leven na de dood is, zal Napoléon moeite hebben tot rust te komen nu zijn penis de afgelopen decennia meerdere keren te koop is aangeboden. Nu is ook jouw lid dwalende. Waar Napoléon reeds enige tijd overleden is, kamp jij met angstgevoelens die gepaard gaan aan de symptomen van een nakende dood. Impotentie is voor een man ongetwijfeld de meest vreeswekkende van deze symptomen, en ik begrijp je droom dan ook goed, als ik mijzelf het verschrompelde lid van Napoléon voor de geest haal dat op bladzijde 85 van het boekje Steeds verder weg van Büch afgebeeld staat.

In tegenstelling tot Napoléon, ontwaak jij gelukkig na deze nare droom. Maar ik hoop dat wanneer jij je de volgende keer aan het liefdesspel zult wijden, je noch Napoléons’ voorhuid voor je zal zien, noch aan je naargeestige demon van een droom wordt herinnerd. Anders zul je toch echt aan de Viagra moeten.

Je,

Jozuas